![]() |
|||
| Bij het klootschieten moet de kloot (een houten bal gevuld met lood) onderhands, met kracht, geworpen worden over een zo groot mogelijke afstand. De worp (het schot) geschiedt bij voorkeur vanuit een aanloop. De kloot dient de hand verlaten te hebben voordat de schutter de startlijn (meestal gemarkeerd door een stok of lat) heeft gepasseerd. Hierop wordt toegezien door een scheidsrechter(de stoklegger). | |||
![]() |
|||
| De schutter wordt veelal aangemoedigd door de "Anwiezers". (De team- cq clubgenoten) Hierbij wordt, door een markante persoon in de anwiezers, de richting en de plek aangegeven waar de schutter de kloot naar toe moet "scheet'n". Op de foto hieronder is dat de man met de eiken stok (de "bentel"). De rest is hier omheen gegroepeerd en laat vooral verbaal van zich horen!!!! | |||
![]() |
|||
De sport kan zowel individueel als in team verband worden beoefend. Er zijn verschillende disciplines in het klootschieten: Hierbij gaat een wedstrijd gaat over een van tevoren bepaald aantal schoten. De wedstrijd wordt gespeeld op een onverharde baan van ongeveer 15 meter breed. De winnaar is diegene (of dat team) die de verste afstand heeft afgelegd over dat aantal schoten. Het eindpunt van een schot is die plek waar de kloot is uitgerold. Dit is tevens het startpunt voor het volgende schot. Bij het in teamverband schieten, wisselen de spelers elkaar af. De volgende speler doet zijn schot op die plek waar de kloot van de vorige speler is uitgerold |
|||
|
|||
Een schot, dat buiten het afgebakende terrein komt, is ongeldig. |
|||